Sociaal, avontuurlijk en vrij

Gijs 2 KLEINGijs plukte bananen in Israël, zat als korporaal in Noorwegen, Duitsland en op Curaçao en is nauw betrokken bij de stichting Timulazu die Roemeense jongeren aan een toekomst helpt. ‘Ik kom uit een sociale, avontuurlijke familie van vrije vogels’, zegt hij. ‘Ik ben blij dat ik zo ben opgevoed.’



Gijs (27) groeide op als jongste van een gezin met vier kinderen. ‘Maar er waren altijd veel pleegkinderen, dus ik was niet altijd de jongste’, zegt hij. ‘Door die pleegkinderen word je sociaal, je krijgt een ruime blik.’ Hij kijkt met plezier terug op zijn jeugd. ‘Ik heb het goed naar mijn zin gehad, mijn ouders lieten mij de vrije keuze. We reisden veel in vakanties, we gingen vissen, we waren veel in de natuur bezig.’ School is een ander verhaal. ‘De basisschool ging goed, maar op de middelbare school heb ik veel gespijbeld en later op het mbo ook. Dat kon, omdat mijn moeder toen ging werken. Dan ging ik ’s morgens zogenaamd netjes op mijn fietsje naar school, maar even later, als mijn moeder naar haar werk was, kwam ik weer terug.’ Hij lacht. ‘Ik heb bewezen dat je vier jaar school ook best in twee jaar kunt doen. Ik had niet zoveel op met school. Als ik naar mijn moeder geluisterd had, had ik meteen mbo4 kunnen doen. Maar ja, ik ben niet zo’n leerder. Hoewel ik het allemaal wel in een keer gehaald heb.’

Israël

Toen Gijs achttien was ging hij naar Israël. ‘Wij hebben iets met Israël. Dat komt omdat ik een joodse achtergrond heb, mijn oma is joods. En mijn ouders hebben elkaar ontmoet in Israël. Ik heb er twee maanden bananen geplukt, vier maanden gevist en nog een maand wat rondgereisd. Er zijn daar veel nationaliteiten, veel culturen, ik ben er volwassener geworden en ik heb geleerd dat de Nederlandse weg niet de beste weg hoeft te zijn. Er zijn veel meer wegen, veel meer stromingen, veel meer manieren. Vroeger was ik best fel op iedereen die kritiek op Israël had. Nu denk ik er wat anders over. Iedereen heeft zo z’n mening. Het valt me op dat mensen moeilijk kunnen vergeven.’

Defensie

Terug in Nederland solliciteerde Gijs weer bij defensie. ‘Vóór Israël had ik er ook gesolliciteerd omdat ik niet goed wist wat ik doen moest. Daarna solliciteerde ik weer en was ik wat gemotiveerder. Ik wil graag iets veranderen in de wereld, me inzetten op plekken waar het slecht gaat. Mensen helpen die zichzelf niet kunnen helpen. Dat kun je ook buiten defensie, maar ik vind de discipline en het militaire optreden fijn. Samen de schouders eronder; broederschap. Je kent elkaar beter dan ieder ander, je bent op elkaar aangewezen. Ik heb eerst in Assen de opleiding gevolgd en nu zit ik in Havelte. Ik heb de opleiding Medewerker Maatschappelijke Zorg gedaan bij defensie. Dat kon, ik kreeg een half jaar de tijd om stage te lopen en verder moest ik eenmaal per twee weken twee dagen naar school. Inmiddels ben ik korporaal. Hoger kan ik niet, dus ik wil nu naar de KMS, Koninklijke Militaire School, dan word ik onderofficier.’

Missie

Gijs is voor z’n werk naar Noorwegen geweest en op Curaçao, en binnenkort gaat hij op oefening naar Duitsland. ‘Je ziet veel van de wereld. Mijn vriendin Judith ging mee naar Curaçao, voor vier maanden. Dat was leuk, haar ouders kwamen langs, mijn ouders kwamen langs en we zijn nog een weekje naar Cuba geweest.’ Hij is nog nooit echt uitgezonden geweest. ‘Maar dat gaat er nu wel aankomen, ik ga in november naar Afghanistan. Dat lijkt me een mooie missie. Wij zijn daar ter ondersteuning van de bevolking. Ik ga er zeseneenhalve maand heen en kom tussendoor twee weken thuis. Judith staat er helemaal achter. En ik wilde het zelf ook. Anders oefen je als het ware constant voor een toets die je nooit maakt. Het zal misschien soms moeilijk zijn, maar het hoort bij mijn werk. En we worden goed voorbereid, het is niet zo duister als mensen denken. Het is ook gewoon een land, met gewone mensen.’

Keeet

Gijs en Judith zijn alweer een dikke negen jaar bij elkaar. ‘We hadden elkaar in de Keeet, met drie e’s, ontmoet. In Laag-Zuthem heb je niks voor jongeren, dus zijn mijn broer en zijn vrienden een tijd terug de Keeet gestart. De jeugd gaat daar sindsdien altijd heen om elkaar te ontmoeten. Vóór Israël was er nog niets aan de hand tussen Judith en mij, maar toen ik terugkwam, sloeg de vonk over. Ooit gaan we denk ik wel trouwen, maar dan moeten we eerst nog de juiste vinden, hahaha, grapje. Nee, dat gebeurt ooit nog wel een keer. Wij hebben hetzelfde toekomstbeeld. Nederland is een gehaast land. We weten niet of we de rest van ons leven hier willen blijven. We gaan kijken of we ergens anders heen kunnen gaan, een nieuwe levensstijl kunnen opbouwen. Drie dagen werken, in de natuur wonen, zelf voedsel verbouwen, zoiets. Dat heb ik ook van mijn ouders. Noorwegen lijkt me wel wat, maar Judith gaat liever naar een warmer land. Je moet het samen natuurlijk wel eens zijn. Maar het hoeft nog niet zo snel, het is een zevenjarenplan.’

Roemenië

Gijs heeft aan de wieg gestaan van Timulazu, de stichting van zijn zus Evaline, die jonge Roemenen aan een toekomst helpt. Met een kringloopwinkel in Heino en een camping in het Roemeense Tirgu Mures wordt het project bekostigd. ‘We waren op vakantie met vriend en dorpsgenoot Wilfred Eikelboom en we gingen op bezoek bij Evaline, die toen nog bij kinderopvang IOSIA werkte, waarvoor een huis, het Blauwe Huis, moest worden opgeknapt. Wilfred en ik keken elkaar aan en zeiden: “Hiervoor gaan we een werkgroep oprichten”. En dat deden we. Met vrienden en familie gingen we met bussen en auto’s en het vliegtuig die kant op. Het is merkwaardig gelopen. Eerst zouden we helemaal niet bij het Blauwe Huis gaan kijken, en toen we dat wel deden is het balletje gaan rollen. Met steun van Janneke van Wilfred en Judith en heel veel anderen hebben we Evaline vanaf 2011 geholpen met het verwezenlijken van haar droom: een eigen stichting in het leven roepen om Roemeense jongeren te gaan helpen. Het is een mooi, duidelijk streven en iedereen heeft het wel in zijn hart om iets goeds te willen doen. Vooral omdat het doel zo tastbaar en de manier van werken zo open is, dat maakt het makkelijker. Dat doel moet je altijd voor ogen houden, dat is belangrijk. Ik denk altijd in producten: ons product is de Roemeense jongvolwassene die werk heeft, in een appartement woont en kan sparen.’ Het netwerk groeide. ‘We hebben met Wilfred, zus Wilmke, schoonzus Lisanne en vriendin Willy Laarman een bestuur gevormd en we zijn hier in Heino een kringloopwinkel begonnen. Dat is onze inkomstenbron. Na enkele keren verhuizen loopt het steeds beter, Timulazu heeft nu een mooie winkel.’

Altijd betrokken

De betrokkenen zijn over het algemeen gemotiveerd en gedreven. ‘We hebben ons nooit afgevraagd waar we aan begonnen waren. Evaline is optimistisch met het volle vertrouwen in God die dit samen met haar voor elkaar gaat boksen. Ik ben meer een realist. God heeft ons handen en voeten gegeven, die we kunnen gebruiken om het allemaal zelf te doen’, zegt Gijs. ‘Ik begrijp de passie van Evaline. Die is ook makkelijk uit te leggen. Evaline is heel onbaatzuchtig. Wij vinden het wel eens moeilijk om te zien dat ze haar salaris in de stichting stopt, want ze moet het zelf ook goed hebben, maar uiteindelijk heb ik me er maar bij neergelegd.’ Inmiddels zit Gijs niet meer in het bestuur van Timulazu. ‘Aan de ene kant ben ik een druk man en moet ik voor m’n werk flexibel kunnen zijn. Aan de andere kant bedacht ik na enige zelfreflectie dat het ook goed is voor de stichting om eens andere hoofdrolspelers te vinden, mensen van buitenaf, met nieuwe inzichten en ideeën. Het is belangrijk dat een organisatie niet afhankelijk wordt van bepaalde personen, maar dat het doel de richting bepaalt. Maar ja. Ik vond het wel erg om eruit te stappen. Timulazu was en is nog steeds ook een beetje mijn kindje. Maar ik weet dat het in goede handen is. Ik doe nog wel van alles, zo organiseer ik bijvoorbeeld samen met onder andere mijn schoonvader de jaarlijkse Dweilorkest Braderie op 4 juni in Laag-Zuthem. Mijn schoonvader Gerrit van der Weg is de man van de Towersnörr’n, een dweilorkest bestaande uit vrijwilligers en verstandelijk gehandicapten.’ Gijs is trots op Timulazu en iedereen die eraan meewerkt. ‘Ik blijf er altijd zeer bij betrokken. In oktober ga ik weer naar Roemenië.’

‘Wij vliegen alle kanten op, maar we hebben een hele sterke familieband’, zegt Gijs. ‘Dat komt ook door de opvoeding denk ik. En zowel de familie van mijn vader als van mijn moeder is zo. Het zijn vrije vogels, avontuurlijk, niet bang voor nieuwe uitdagingen, sociaal en niet gauw oordelend. Vooral dat sociale aspect komt vaak naar boven, we zijn niet bang om met andere mensen om te gaan. En daarbij hebben we geleerd om hard te werken. Ik ben blij dat ik zo ben opgevoed. Voor advies kan ik ook altijd bij mijn ouders terecht. Kijk, ik weet niet waar ik over vijf jaar ben, hoe het leven er dan voor staat. Dat lijkt me dan ook heel saai, als je nu al precies weet hoe je leven er over tien jaar uitziet. Defensie is nu leuk voor mij, ik heb er heel veel geleerd, maar ik ga het niet eeuwig doen. Wij doen wat we willen en we gaan vol vertrouwen de toekomst tegemoet.’

Gijs 4 KLEIN

Gijs bij de foto waarop hij net zijn algemene militaire opleiding heeft gehad.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on PinterestShare on LinkedInEmail this to someone

You may also like...

Op de hoogte blijven? Like/volg ons. Hartelijk dank voor je waardering!