Samen in de bres voor people, planet and profit

Gesponsord bericht
TREF 45 Noggus groot

TREF 45 –

‘Elke week een bad en schone kleren. Een middag- en een avondmaaltijd om ze naar school te lokken. Je moet aan de basis beginnen: bij de kinderen.’ Aan het woord is voorzitter Jan Maters van de stichting Dalfsen helpt Oost-Europa. ‘Wij zijn echt met ziel en zaligheid bezig om een groot aantal mensen naar een ander, beter niveau te brengen.’ De stichting gaat samenwerken met Noggus&Noggus om de medemens in Oost-Europa nog beter te kunnen helpen.

De stichting Dalfsen helpt Oost-Europa is in 1989 opgericht. ‘Wij zijn een onafhankelijke stichting die humanitaire hulp verstrekt aan mensen die dat nodig hebben’, legt Jan uit. ‘Of het nu zoals ik het noem “een gipsy” is, of iemand die toevallig op een of andere manier aan de grond zit. Wij kijken niet naar afkomst, naar geloof, naar politiek, onze vraag luidt gewoon alleen: wat hebben deze mensen nodig.’ De stichting zamelt in en verzorgt het transport. Maar dat niet alleen. ‘Wij controleren ook of het wel goed terecht komt, of er iets mee gedaan wordt. Zo was er een man in Polen die de pastoor om een broek vroeg. De pastoor zorgde ervoor dat die man een stapeltje kleding kreeg. Zes weken later stond die man weer op de stoep met dezelfde vraag: “Heb je een broek voor mij.” De pastoor vroeg waar de andere broeken waren. “Die zijn vies dus heb ik ze weggegooid”, zei de man. De pastoor liet hem de vuile kleding ophalen en leerde hem wassen. Kijk, dat is een stukje begeleiding dat wij zeer appreciëren. Het gaat niet alleen om de goederen, het gaat ook om ontwikkeling en groei op het gebied van de meest essentiële zaken.’

Juiste hulp

Jan zit boordevol illustrerende voorbeelden van hoe het niet en hoe het wel moet. ‘Een Duitse organisatie zette een school neer in een dorpje bij onze thuisbasis Dej. Toen ze een jaar later terugkwamen, was alles eruit gesloopt. De gipsy’s hebben liever niet dat hun kinderen naar school gaan en slimmer en wijzer dan zijzelf worden. Gelukkig was er iemand ter plaatse die de boel weer oppakte, maar dan op een andere manier. Hij zorgde ervoor dat de kinderen elke donderdag een bad krijgen en schone kleren. De week erop komen die kinderen terug, met precies dezelfde kleren nog aan. Ze gaan weer in bad en krijgen schone kleding. De Roemeense mensen van de kerk wassen de kleren. Zo werkt het een stuk beter. Op dit moment proberen ze de kinderen naar school te krijgen door ze twee maaltijden per dag aan te bieden. Wij proberen ze daarin te ondersteunen. Je kunt oeverloos voedsel of geld brengen, maar je kunt de mensen ook leren daar voedsel te verbouwen. Zo kregen we vorig jaar 300 kilo pootaardappelen van een teler uit de polder. Die hebben 3 ton aardappelen opgeleverd, daar kom je een heel eind de winter mee door. Zo kunnen we ze ook leren boerenkool te verbouwen en andere soorten groente. Daar hebben die mensen blijvend wat aan.’

Toename textiel

De stichting moest onlangs op zoek naar een ander onderkomen, omdat op de oude locatie nieuwbouw moet verrijzen. ‘De gemeente Dalfsen wil graag dat goede doelen meer met elkaar gaan samenwerken’, vertelt directeur Ankie van Ballegoyen van Noggus&Noggus. ‘Daarom zijn wij met de stichting Dalfsen helpt Oost-Europa in gesprek gegaan. We hebben een extra pand naast het onze gehuurd en daarnaast is een enorme container geplaatst die de stichting van Defensie heeft gekregen.’ De stichting zamelt daar in eerste instantie nog zelf kleding in, om de mensen langzaam te laten wennen aan de nieuwe situatie. Maar het is de bedoeling om de samenwerking steeds meer uit te breiden. ‘De gemeente wil de inzameling van textiel op een andere manier organiseren’, legt Ankie uit. ‘Er is nu een groot aantal inzamelpunten met verschillende bestemmingen en doelen. Dat aantal wordt gereduceerd tot vijf. Die inzamelcontainers worden geplaatst door Reshare van het Leger des Heils, en geleegd door ons. Hierdoor zal het aantal kilo’s textiel enorm toenemen. En de opbrengst daarvan wordt volgens bepaalde afspraken verdeeld tussen Noggus&Noggus en de stichting Dalfsen helpt Oost-Europa. Van de opbrengsten kan de stichting transport naar Roemenië financieren. Zo niet, dan helpen wij daarbij. En als er andere goederen dan kleding nodig zijn, dan proberen we daar ook in te voorzien.’

Kleurrijker

De nieuwe ontwikkelingen betekenen meer werk voor Noggus&Noggus, dus de behoefte aan medewerkers groeit. ‘We moeten sowieso eenmaal per week de kledingcontainers leeghalen’, zegt bedrijfsleider Jeroen Albers van Noggus&Noggus. ‘En er valt dus ook veel meer te sorteren. De gemeente Dalfsen helpt ons aan meer vrijwilligers. Mensen die bijvoorbeeld een werkervaringsplek nodig hebben of mensen die uit andere overwegingen vrijwilligerswerk willen doen. Noggus&Noggus werkt al regelmatig met studenten die meedoen aan internationale uitwisselingsprogramma’s, maar ook vaak met vluchtelingen en statushouders die zo kunnen werken aan de beheersing van de Nederlandse taal’.  Jan beaamt. ‘De zuster van mijn Roemeense vrouw is onlangs naar Nederland gekomen en moet eerst de taal leren voor ze kan solliciteren. Een medewerkster van Noggus&Noggus heeft haar nu onder haar hoede genomen en dat gaat geweldig.’ Ankie juicht het toe dat ‘Noggus&Noggus steeds kleurrijker wordt: “think global, act local past goed in de visie die wij willen uitdragen voor een duurzame en rechtvaardige  samenleving.

Dankbaar werk

‘Deze samenwerking is fantastisch’, zegt Jan. ‘We hebben nu dus huisvesting, wat heel fijn is, want ik vind het niet te verkopen wanneer wij 50% van de giften van mensen moeten gebruiken voor huur. We hebben inkomsten waarmee we de transporten kunnen betalen, want één transport kost al snel zo’n 3000 euro. Maar wat ik vooral zo geweldig vind, is die basis van “samen de schouders eronder”. Uit zo’n basis kunnen vele mooie dingen voortkomen.’ En dat moet ook, want het is geen sinecure om goede, adequate hulp te bieden in landen als Roemenië en Polen. ‘Het gaat niet alleen om goederen, het gaat ook om normen en waarden. Om de mensen te motiveren. Het is daar zo’n andere wereld. Laatst zag ik in een heel klein dorpje nog een ossenwagen met twee ossen ervoor en een ouwe baas die zoiets over zich had van: “Als het vandaag niet gebeurt, dan morgen wel.”’ De stichting Dalfsen helpt Oost-Europa zet door en blijft gemotiveerd, ook al gaat het soms heel moeizaam. ‘Er waren een keer problemen bij de Poolse grens en het duurde wel 48 uur voor ik door mocht’, zegt Jan. ‘Ik was de grens over en ik dacht: dit nóóit weer. Maar ja, ’s avonds kwamen we bij een weeshuis waar de kindertjes op het punt stonden om naar bed te gaan, en we deelden de dikke sinaasappels uit die we hadden meegenomen. “Mogen wij die hebben?” vroegen de kinderen. “Ja”, zeiden wij. “Zijn die echt voor ons?” vroegen ze nog een keertje. “Ja, die zijn echt voor jullie.” “Deze is helemaal voor mij alleen?” En dan zijn die perikelen bij de grens alweer vergeten. Want ja, daar doe je het voor, voor die gezichtjes van die kinderen.’

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on PinterestShare on LinkedInEmail this to someone

You may also like...

Op de hoogte blijven? Like/volg ons. Hartelijk dank voor je waardering!