Knippen met liefde

TREF 27 Theo 2TREF 27 – Theo Knoop (56) besloot op zijn 27ste zijn hart te volgen en van zijn hobby zijn werk te maken. Van stoere, goed betaalde bouwvakker werd hij kapper, dwars tegen vooroordelen en conventies in. Theo gelooft dat het leven draait om liefde, delen en alsmaar weer opstaan als je valt. ’Je hebt altijd een kans.’

Theo doet graag iets voor een goed doel. Zo knipt hij tijdens de komende Vierdaagse in Nijmegen elke avond gratis de haren van iedereen die wil bijdragen aan het onderhoud van de Stevenskerk in het centrum. ‘Twee gezonde handen hebben, dat is niet vanzelfsprekend. Dat geluk moet je delen. En het leuke is: alles wordt mooier als je deelt. Zo laat ik anderen de schoonheid van het kappersvak zien, onder andere via mijn YouTube-kanaal. Daarmee wil ik anderen ook inspireren. Als zij gaan knippen zoals ik dat doe, dan knippen mijn handen met zijn of haar handen en zo geef ik mezelf door, ook na mijn dood. En ik help mijn leerlingen om hun talent te laten zien op YouTube. Zo staan ze op mijn schouders, ik maak ze groot.’

Als je Theo vraagt waarin hij gelooft, krijg je een kort antwoord. ‘In de zon. Want als die stopt met schijnen, zijn we er binnen twee minuten aan. Dan veranderen we in ijsblokken en als jij toevallig nog net een scheet kunt laten, zijn we poeier haha. Kijk, als god het licht is, is het de zon. En dan is het ook een ploert, want zwart en wit horen bij elkaar. Je moet haat kennen om te weten wat liefde is. Je moet pijn voelen omdat je dan de momenten waardeert waarop je gezond bent. Ik heb mezelf aan licht en liefde teruggegeven, ik ben een lichtpunt. Dat weet ik al vanaf mijn vierde jaar. Bij de eerste preek die ik in de kerk hoorde, zei de pastoor: “Ik ben het licht, de waarheid en het leven”. Toen zei ik tegen mijn vader: “Dat wil ik ook zijn!”. En dat probeer ik dus.’

In zijn jeugd zocht Theo spanning en sensatie. Hij wilde graag opvallen met stoer gedrag. ‘Ik was heel actief, kon goed sporten. Drie keer ben ik jeugdkampioen turnen van Gelderland geweest, ik deed aan schoonspringen, motorcrossen en racen. Als iemand iets kon, kon ik het beter. Over openstaande bruggen springen, fikkie steken. Kortom, ik was een echt heteromannetje.’
Toch had hij ook een andere, filosofische kant. ‘Dan zat ik op een heuveltje in het weiland en keek naar de bloemen en naar mijn handen. Hoe prachtig dat allemaal is gevormd. Daar verwonderde ik me over. Als ik zat te vissen, keek ik vooral naar de mooie natuur. Dat vissen was eigenlijk bijzaak.’
Hij heeft er nog wel een sterk verhaal over. ‘Een keer heb ik een dooie man uit het kanaal gevist. Ik was nog een jochie van tien, we woonden net in een gloednieuwe buitenwijk van Nijmegen. Onder de oude brug zat ik te vissen op paling, maar elke keer ging mijn tuig slap hangen. Dat verbaasde me en ik trok de boel weer naar me toe. Toen kwam er eerst een hand boven water en vervolgens een hele meneer er achteraan. Pas na ruim twee uur kon ik een andere visser waarschuwen en in de tussentijd moest ik mijn visdraad vieren en weer inhalen als er weer een boot voorbij voer. Zo heb ik een heleboel paling gevangen met die man. Uiteindelijk kwam er hulp en hebben ze ‘m eruit gehaald. En wat werd er met Theootje gedaan? Helemaal niks. Dat was toen gewoon zo.’ Geruststellend voegt hij toe: ‘Maar ik heb er niks aan overgehouden.’ Met een lach: ‘Alleen dat ik sindsdien geen paling meer lust.’

Haarfetisj
Theo had ook een speciale hobby: haren knippen. Dat deed hij al vanaf zijn dertiende. ‘Gewoon thuis, bij iedereen die maar wilde. Van een kapper in de buurt mocht ik de kunst afkijken. Dat combineerde ik met het ophalen van oud papier en dan kreeg ik ook de oude vakbladen van die kapper mee, met de knipinstructies voor kapsels. Zo leerde ik het vak.’
Theo heeft een fetisj voor haar. ‘Haar is prachtig, vooral de bewegingen die het maakt. Alles wat daarop lijkt, vind ik ook mooi. Wuivende graanhalmen, gras dat beweegt door de wind. Dat vind ik spannend. Dus ik heb altijd een kick gehad met haar.’
Maar Theo’s vader vond het niet goed dat hij kapper zou worden. ‘Indertijd waren de meeste kappers homoseksueel. Pa vond dat niks en zijn mening was belangrijk voor mij. Pap was een bijzonder, getalenteerd mens. Absoluut mijn grootste vriend, vroeger en nu ook nog.’
Daarom ging Theo naar de lts, koos voor metaalbewerking en constructiebankwerk, behaalde alle lasdiploma’s. Op zijn zeventiende belandde hij in de bouw, eerst als schilder en toen als voorman isoleren. Drie jaar later overleed zijn vader bij een bedrijfsongeval. Theo werd als oudste kind verantwoordelijk voor het gezin. Dat ging hem goed af. ‘Ik werkte in de bouw in de hoogtijdagen van het isoleren. Alle sporthallen, scholen, gymzalen en zelfs de schouwburg hebben we geïsoleerd. Meestal spouwmuurisolatie, maar ook wel zolders van particulieren. Vreselijk, met al dat prikkerige glaswol, maar het verdiende duizenden guldens per maand. Dat vond ik toen belangrijk, ik was erg materialistisch.’

Op een dag stond Theo op de bouwsteiger bij een woning tegenover een kapsalon. ‘Mijn ziel zat de hele dag in die kapsalon, terwijl mijn lichaam aan het werk was op die steiger. Ik was echt ontzield die dag. Dus ik ging naar mijn baas en zei: “Ik word kapper”. Die baas begon ongelofelijk hard te lachen en vroeg of ik soms niet genoeg verdiende. Dus ik zei: “Daar gaat het niet om, maar ik moét kapper worden, dat voel ik zo”. Toen heb ik ontslag genomen en kwam ik in de bijstand terecht.’
In de periode dat Theo een hele andere richting in zijn leven insloeg, maakte hij iets mee dat zijn kijk op het leven veranderde. De vrouw met wie hij trouwde, verliet hem de avond na het huwelijk voor een ander. ‘Alle spullen en ons nieuwe huis stonden op haar naam, want ik was net aan de kappersopleiding begonnen en met een eigen zaak in het vooruitzicht was dat wel zo verstandig. Op een vrijdag trouwden we, op de maandag daarna kon ik het huwelijk gaan annuleren. Maar die financiële afspraken, die bleven staan. Dus ik was in één klap straatarm. Maar het bleek het rijkste moment van mijn leven.’
Theo haalt even diep adem. ‘Ik zat dus in mijn kale flatje dat ik nog had aangehouden, heb een groot vleesmes gepakt en op de zijkant van mijn buik gezet. Want ik wilde er een eind aan maken. Ik was zo gekwetst, en beschaamd dat ik zo’n oen was geweest. Maar op dat moment kreeg ik ruzie met iemand die ik al heel lang kwijt was, namelijk mezelf. Ik kwam erachter hoe sterk je innerlijke mens is, hoe duidelijk aanwezig. Dus ik heb dat mes weggegooid, zo hard dat er een stuk uit de betonnen muur sprong. Zo ontdekte ik mezelf, mijn echte ik.’
‘Vanaf dat moment ben ik idealistisch geworden en had het materialisme afgedaan. Het leven heeft helemaal niets te maken met spullen of dingen, die zijn alleen gemaakt om je te verleiden. Aan mijn jonge leerlingen vraag ik soms: “Kijk eens naar buiten en vertel me wat echt is”. Dan noemen ze van alles op, en dan zeg ik: “Echt is de lucht, het vogeltje dat voorbij vliegt en het onkruid tussen de tegels. De rest is er om jou gek te maken, want dat wil jij allemaal hebben”.’

Sterrenstof
Theo heeft sindsdien een bijzondere kijk op het leven en de dood. ‘Niets gaat verloren bij je dood. Je lichaam valt weer uiteen tot sterrenstof en wordt weer deel van de aarde. Het vocht uit je lichaam verandert in regen of dauw. Dat betekent dat we heel zorgvuldig moeten omgaan met de aarde. Stel jouw vocht wordt grondwater en andere mensen vervuilen dat, dat wil je toch niet? Als we allemaal zouden geloven dat we na onze dood nergens heen gaan, maar gewoon weer aarde worden, dan waren we veel zorgzamer voor onze planeet. Want het leven is het mooiste dat we krijgen.’

Voor Theo maakt vooral de liefde het leven bijzonder. ‘Ik bedoel niet de romantische liefde, maar het gevoel dat je krijgt als je echt contact maakt met elkaar. Dat neem ik ook mee in mijn vak. Als ik jou knip, let ik niet alleen op de vorm van je schedel, maar ook op de energie die jij uitstraalt. Die energie geef ik jou weer terug, want liefde hoort in balans te zijn. Dus ik kijk naar jou als persoon, niet als klant. Vies woord trouwens, klant. Een klant is een ding waarop geld wordt verdiend. Ik werk aan de mens. Daar ben ik bewust mee bezig. Ook met het feit dat ik nu blij ben dat ik leef en dat er straks een dag komt dat ik er niet meer ben, maar toch voor die kappersspiegel sta. Dat maakt het leven mooi.’
In een van Theo’s favoriete dromen overlijdt hij op zijn 86ste. ‘Dan zet ik een groene kliko met een beetje water erin onderaan een flat en duik vanaf het dak in die kliko. Dat doet niemand! Ik ben dus hartstikke dood en kom meteen bij Petrus aan de hemelpoort en die zegt: “Knoop, wat heb je nou gedaan, je hebt zelfmoord gepleegd!”. En dan zeg ik: “Maar ik wist niet dat het water niet diep genoeg was!” En dan zie ik dat mannetje van de gemeente met die kliko lopen, lekker makkelijk, die hoeft niks op te ruimen. Ik sta in alle kranten en nieuwsoverzichten en ik bereik mijn doelen: niet lang ziek zijn en precies in die emmer zijn gedoken!’
Theo wil begraven worden in een driedelig wit pak, met een kam en een schaar bij zich. Geen muziek, wel natuurgeluiden. ‘Ik droom wel eens dat ik op het dak van het crematorium zit te kijken terwijl mijn kist in de oven schuift. En terwijl mijn familie naar buiten loopt, knalt het verstopte vuurwerk in die kist alle kanten op, de schoorsteen uit. Supergaaf! Dan word ik lachend wakker.’

Hij is echter nog lang niet klaar met het leven. ‘Oh nee, als ik nu dood ga, schop ik boven alles om, dan ben ik pislink. Ik heb veel pijnlijke momenten beleefd, zowel privé als zakelijk, maar het leven ligt voor je, niet achter je. Laat liggen wat je hebt meegemaakt, wees niet bezig met die valkuilen. Gewoon elke keer opnieuw starten. Sommige mensen moeten in hun leven misschien wel honderd keer opnieuw starten, maar dat hindert niks. Je hebt altijd een kans.’
Hij heeft het zelf aan den lijve ondervonden. Theo liet zich omscholen tot kapper via het minderheidsbeleid. Hij belde naar de algemene kappersorganisatie en vroeg hoeveel procent van het kappersbestand mannelijk was en hoeveel daarvan hetero en hoeveel daarvan werkloos. ‘De antwoorden waren 3 procent, 18e procent en nul. Dus heb ik een brief geschreven aan de minister en binnen een week zat ik op een particuliere school. Zo ben ik in het kappersvak gerold.’
In het begin was het wennen. ‘Ik zocht een stageplek en kwam bij de beste kapper van Nijmegen aan de balie. Kwam hij eraan, kreeg ik overal kippenvel, want het was zo’n enorme homo! Dat had ik als bouwvakker nog nooit gezien. Dus ik holde snel weer naar buiten en heb hem helemaal niet gesproken. Later heb ik hem dat voorval eens verteld, hij heeft zich tranen gelachen.’

Theo wilde beslist niet werken in wat hij ‘teutelkapsalons’ noemt. ‘Waar de dames tijdens hun behandeling boekjes lezen of tv kijken. Ik wil contact. Als jij in mijn stoel zit, ben je even van mij. Je moet je niet willen afsluiten voor die relatie.’
Nu heeft hij een eigen kapsalon waarin ook andere kappers knippen. In plaats van stoelgeld dragen ze een percentage van hun werkelijke omzet af. ‘Dat vind ik eerlijker en transparanter. Ik word er niet rijk van, maar het werkt wel het fijnste.’
Theo heeft geen spijt van zijn technische opleidingen. ‘Anders had ik nu niet kunnen werken aan de ontwikkeling van kappersscharen en ander vakgereedschap. Ik hou van staal.’

Inmiddels is hij ook schoonheidsspecialist. ‘Uiterlijk is belangrijk, maar niet voor mezelf hoor! De lijnen die je krijgt door het leven, dat is mooi. Je ziet aan iemands gezicht of die persoon veel verdriet of plezier heeft gehad. Ouder worden is helemaal niet erg, al voel je de gebreken wel eens. Maar ik hoef niet meer over de Waal te springen. Want voor wie deed ik dat eigenlijk? Een keer reed ik op mijn motor met 340 km per uur over de Duitse autosnelweg, toen sprong er een hert over de weg. Wonder boven wonder liep het goed af. Sinds die tijd rij ik heel anders: meer bewust van het leven en de waarde daarvan. Het leven is het meest kostbare wat we hebben gekregen. En wij mensen zijn uniek omdat we kunnen delen met elkaar. Wat ik niet kan, kan jij weer, dus we vullen elkaar aan. En we kunnen praten en overleggen, nieuwe dingen bedenken. Van de andere kant kunnen we onze wereld ook vernietigen. Voor de wereld zou ik trouwens wel willen dat een derde van alle mensen gewoon dood ging. Dat zou voor de wereld geweldig zijn, een hele opluchting. En als ik erbij hoor, heb ik gewoon pech gehad.’

Zijn eigen haar laat Theo door zijn leerlingen scheren, eerst in figuurtjes en daarna kaal. Zo kunnen ze oefenen. ‘Ach, ik heb ook helemaal geen eigen haar nodig. Als jij bij mij in de stoel zit, heb ik jouw haar. Jouw haar is dus mijn haar. Een kapsel heeft niets te maken met je persoonlijkheid. Haar is een sieraad.’
Theo denkt wel eens na over zijn bestaan na de dood. ‘Als het kan, zal ik met plezier terugkijken op mijn leven. Ik wil niet meer terug naar de aarde, maar ik wil wel begeleiden, als een soort leraar. Dus er komt vast een moment dat ik geen kleren meer aandoe, maar een gewaad. Haha!’

Theo Knoop bekijken? https://www.youtube.com/user/theoknoopkapper

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on PinterestShare on LinkedInEmail this to someone

You may also like...

Op de hoogte blijven? Like/volg ons. Hartelijk dank voor je waardering!