Kapsel

Mijn weekend bestond uit twee late diensten. De eerste, op zaterdag, volgde na een avondje uit met wat vriendinnen. Voor de gelegenheid had ik mijn haar gewassen, geföhnd en in model gebracht met allerlei smeerseltjes en spuitseltjes die mijn kapster mij knap wist te verkopen. Van het witte goedje uit een pompflesje wordt mijn haar steviger, terwijl de bruine spuitbus mijn haar laat glanzen als nooit tevoren. Na het föhnen nog een beetje wax erin en dan een goede laag haarlak, en mijn kapsel kan niet meer stuk. Letterlijk, want door weer en wind bleef het in model.



Ik besloot het op zaterdagochtend niet alwéér uit te wassen. Dagelijks wassen is niet goed voor het haar, vertelde mijn kapster, en bovendien vond ik het jammer van alle dure producten die nog wel een beetje hun werk deden. Een klein beetje wax nog en een paar pufjes lak en ik kon best voor de dag komen op mijn werk.

Op zondag was het anders. Ik had goed geslapen en dat was te zien aan mijn kapsel, dat alle kanten op stond. Er was maar één remedie, besloot ik: shampoo. Ik waste mijn haar uit en liet het aan de lucht drogen, zonder de flesjes van de kapper aan te raken. Vlak voordat ik naar mijn werk ging keek ik een keer in de spiegel: poeh, wat een bos stro. Ik moest het er maar mee doen vandaag.

Ze keek me eens goed aan toen ik haar appartement betrad om haar medicijnen klaar te zetten. “Ben je naar de kapper geweest?” vroeg ze me toen.
“Nee, juist niet,” antwoordde ik. “Ik was een beetje lui vandaag, dus ik heb niet veel aan mijn haar gedaan. Valt het op?”
“Nou,” zei ze. “Mooi hoor!”
Ik dacht aan de bos stro en zei dat ik haar toch niet serieus kon nemen.
“Nee, echt,” verdedigde ze haar mening. “Ik vind je vandaag veel knapper dan gisteren!”

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on PinterestShare on LinkedInEmail this to someone

You may also like...

Op de hoogte blijven? Like/volg ons. Hartelijk dank voor je waardering!