Gewoon nog een keer proberen

TREF 45 Joop GROOTTREF 45 – A rolling stone gathers no moss, een rollende steen verzamelt geen mos. Ook Joop van Doorn (58) zou je een ‘rolling stone’ kunnen noemen. Als jonge tiener verliet hij het ouderlijk huis en probeerde zijn innerlijke onrust te dempen met drank en drugs. Na vele omzwervingen heeft hij nu via het Leger des Heils weer een eigen plekje gevonden in Nijmegen. Clean wordt hij waarschijnlijk nooit meer, maar zoals hij zelf zegt: ‘Ik red het wel’.



Joop woont sinds kort weer op zichzelf. Zijn nieuwe appartement heeft hij gezellig ingericht en hij laat graag zijn collectie bijzondere stenen met mineralen zien. ‘Kijk, deze roze agaat bijvoorbeeld is best kostbaar. En in deze steen zit er een paarse amethist. Het leuke is dat je zoiets pas ziet als je de steen open zaagt. Alles wat ik hier heb liggen, heb ik zelf verzameld in de Eiffel. Wist je dat de Eiffel uit tweehonderdvijftig vulkanen bestaat? En die werken nog steeds. Het hoogste punt is 836 meter en in de afgelopen dertig jaar is het hele plateau twaalf centimeter hoger geworden. Zelfs de Ardennen zijn een beetje meegekomen. Ooit komt er weer een uitbarsting.’
Daarna laat hij trots zijn gitaren zien. ‘Die heb ik met hard werken bij elkaar gespaard en die verkoop ik dus nooit. Veel verslaafden moeten hun dure spullen een maand later alweer verkopen, dat doe ik niet. Want dan krijg je een vijfde van de prijs en je blaast het zo de lucht in, weg. Ik kan dat niet. Dingen waar ik hard voor heb gewerkt, die blijven gewoon. Dan maar ziek.’

Waar kom je eigenlijk vandaan?
‘Uit Rotterdam.’

Hoe ben je in Nijmegen terecht gekomen?
‘Nou, gewoon nog een keer proberen.’

Wat dan?
‘Minder drugs en zo. Ik heb inmiddels zo’n beetje alle afkickcentra gehad in Nederland en alle soorten therapieën die je kunt bedenken. Maar als je niet wilt, dan wil je niet. Op een gegeven moment gebruik je al zo lang, dan moet je tegen jezelf zeggen: “Zo is het nu eenmaal, dus hou het rustig, neem de laagste dosis en dan red je het wel”. En ik red het hartstikke goed.’

Waar heb je hiervoor gezeten?
‘Bij Domus in Nijmegen. Dat is een opvang van het Leger des Heils, voor mensen die al heel lang verslaafd zijn. Het is een laatste kans. Alles bij elkaar heb ik daar twintig maanden gezeten. Het is een vrij nieuw systeem. Ze erkennen dat als mensen echt jarenlang verslaafd zijn, ze er nooit meer vanaf komen en daarom mag je er gebruiken. Maar alleen op je kamer. In praktijk kruipen mensen toch weer bij elkaar natuurlijk. Maar ik ben liever op mezelf. Al die domme ruzies over drugs, daar word je helemaal gestoord van. Als je ziet hoe mensen zijn die elke dag gebruiken, bah. Dat stoot me af.
Bij Domus helpen ze je om van schulden af te komen. Iedere verslaafde heeft schulden, van een paar duizend euro tot een ton. Je bent dus verplicht om in de schuldhulpverlening te gaan. Ik moet zelf nog één betaling en dan ben ik schuldvrij. Van Domus heb ik ook een verhuisbudget gekregen, maar dat heb ik niet helemaal opgemaakt. Ik had al een hoop spullen. Bovendien, het is toch weer geld van de maatschappij.’

Hoe ben je verslaafd geraakt?
‘Dat is een lang verhaal. Ik zorg al vanaf mijn zesde jaar voor mezelf. Mijn ouders haatten elkaar, de sfeer thuis was… gewoon walgelijk. Die mensen hebben het wel eens gepresteerd om vier jaar niet tegen elkaar te praten. Alles werd via de kinderen gespeeld. Mijn moeder is uit nood getrouwd, er was geen liefde. En mijn vader kon agressief zijn. Ik zal nooit vergeten wat er gebeurde toen mijn moeder eens weg zou gaan met vriendinnen. Ze had een nieuw, wit mantelpakje aan. Mijn vader had tomatensoep gemaakt en hij pakte die pan en flikkerde zo de inhoud over dat pakje heen. Zo boos was hij. Ik zie de vermicelli nog zo in d’r haren zitten. Hahahaha. Ja, nu kan ik er wel om lachen, maar toen absoluut niet. Vreselijk vond ik ‘t.
Toen ik veertien, vijftien was, ben ik van huis weggegaan. Ik heb in een commune van hippies gewoond, begin jaren zeventig. Het beroemde Kralingse Bos Festival van 1970 heb ik nog meegemaakt, met alle grote bands uit die tijd. Mijn grootste voorbeeld is Frank Zappa, de beste popmusicus uit de geschiedenis. Die man kon echt alles, hij mengde klassiek met pop en jazz. Een hele aparte muzikant. Toen ik hem voor het eerst hoorde, ging er een wereld voor me open. Toen ben ik ook op die jazz gekomen: Miles Davis, John Coltrane. Muziek is altijd belangrijk voor me geweest. Vanaf mijn twaalfde speel ik al gitaar, eerst zo’n klein Spaans gitaartje. Weet je was het is, er zijn periodes geweest dat het wel ging thuis. Maar soms ging het ook helemaal niet.’

Mocht je dan thuis wel weg?
‘Poeh, mijn ouders hadden er helemaal niks over te zeggen. Ik heb mijn spullen gepakt en ben gegaan.’

Hoe was hun reactie dan?
‘Ze wisten dat ik elke dag in een jeugdcentrum zat, verder wisten ze niks. Ik heb altijd alles achtergehouden. Later heb ik wel meer verteld, maar toen niet. Daar hadden ze toch geen interesse voor, ze waren te druk met zichzelf bezig.’

Kwam je dan soms nog wel thuis?
‘Pas toen ik een jaar of vijfentwintig was, begin tachtiger jaren. Toen is mijn vader overleden aan een hersentumor. Daardoor begreep ik ook waarom die man af en toe zo agressief was. Dat kwam natuurlijk door die tumor.’

Hoe was je band met je moeder?
‘Ze was best een lieve vrouw, maar ze vluchtte in haar werk als leidinggevende bij een project in Rotterdam voor geestelijk gehandicapten. Een paar jaar geleden is ze overleden. Met mijn familie heb ik verder geen contact meer.’

Ging je wel naar school?
‘Jazeker. Ik kon goed leren. Leren was ook het enige dat ik had. Ik hoefde nooit huiswerk te maken. De exacte vakken gingen me wel makkelijker af dan de talen, maar ook daar haalde ik goede cijfers voor. Ik heb een mbo dierenverzorging en een hbo biotechnologie. Bij de Erasmus Universiteit heb ik nog een tijdje als biotechnicus gewerkt.’

Hoe kwam je in de drugswereld terecht?
‘Kijk, ik zorgde al zo lang voor mezelf, ik moest al zo lang voor mezelf vechten. Die drugs waren een uitkomst, daar werd ik rustig van. Ik voelde me er beter door. Zelfmedicatie noem ik het altijd maar. Op mijn zestiende zat ik al aan de heroïne. Dat kocht ik bij een man op de Kaap in Rotterdam, dat was toen de hoerenbuurt. Je had destijds alleen opium en “China white”, heroïne dus. Eerst gebruikte ik alleen in het weekeinde, beetje feesten en zo. Doordeweeks ging ik gewoon naar school. Maar toen werden het drie dagen in de week en toen vier, enzovoorts. Na een tijdje, als je geen geld hebt, dan heb je het koud en begin je te zweten. Afkicken is dat. Toen ik achttien was, ben ik naar het CAD gegaan, zo’n centrum voor verslavingszorg. Daar kreeg ik methadon. Maar dan miste ik het roken, want dat geeft je een soort ritueel. En daardoor ging ik ernaast gebruiken. Ik lette dan wel op dat het niet te veel werd. Zo’n control freak ben ik dan ook wel weer. Al die tijd ben ik maar twee keer met de politie in aanraking geweest. Ik kan niet stelen hoor, ik kan nog geen pakje kauwgum weghalen. Ik heb altijd keihard gewerkt, alles aangepakt. Op een gegeven moment heb ik wel twee jaar zelf verkocht om mijn eigen dope te betalen. Je doet van alles om aan die rommel te komen.’

Hoe ging het toen verder?
‘Na veel omzwervingen ben ik in 2000 in Drenthe bij boerderijproject Stichting Jabbok terecht gekomen. Dat heb ik helpen opbouwen. Het is een sociaal pension waar mensen methadon kunnen krijgen en een echt werkproject. We hebben complete boerderijen gebouwd, met alles erop en eraan. In die tijd was ik helemaal clean, behalve het roken dan. Maar verder was ik van alles af: drank, pillen, drugs. Dat heb ik tien jaar volgehouden. Maar we moesten daar zo hard werken. Ik kon het niet meer aan, toen ben ik weer gaan drinken. Vier jaar geleden zag ik het helemaal niet meer zitten, toen heb ik een zelfmoordpoging gedaan waarvoor ik in het ziekenhuis werd opgenomen. Daarna ging het weer wat beter en toen ben ik in de klauwen gekomen van het Leger des Heils, haha.’

Het Leger des Heils is op het christelijke geloof gebaseerd, hoe zit dat bij jou?
‘Ik ben een aanhanger van Korzybski’s algemene semantiek. Dat is een filosofische richting. Een mens leeft in twee werelden: de wereld van spraak en symbolen en de werkelijke wereld. Die twee komen nooit helemaal overeen en dat veroorzaakt veel ellende. Kijk maar om je heen. Ik ben een echte rooie Rotterdammer, uit de tijd dat de PvdA nog een echte socialistische partij was. Nu stem ik SP. Maar die kunnen het ook niet waarmaken hoor. Het zit allemaal zo moeilijk in elkaar. Alsmaar die oorlogen, over de hele wereld. Soms wil ik nog niet eens naar het nieuws kijken. Ik ben bang dat ik nog ga meemaken dat het helemaal in elkaar stort, de hele samenleving. Je moet er niet aan denken dat er hier iets gebeurt, zoals een aanslag. Daar probeer ik ook niet aan te denken als ik buiten op straat loop.’

Wat gebruik je nu nog?
‘Ik heb alles terug weten te brengen tot twee biertjes per dag, een blowtje ’s avonds en een lage dosis methadon. Ook slik ik nog antidepressiva en valium. Dat laatste is de allerergste verslaving, daar kom ik echt nooit meer vanaf.
Daarnaast slik ik nog één pilletje per dag tegen diabetes. Hiervoor moest ik spuiten, maar omdat ik flink ben afgevallen hoeft dat niet meer. Ik hou me aan een dieet met meer eiwitten en minder koolhydraten, dat helpt ook.
Door de alcohol en drugs heb ik levercirrose. En ik heb hepatitis C. Daar is nu een nieuw middel voor op de markt, hopelijk mag ik daar over een paar maanden mee beginnen. Die kuur duurt 22 maanden en na afloop ben ik genezen. Dus dat wil ik graag.’

Hoe ziet je leven er nu verder uit?
‘Ik zat bij Stichting Dagloon, dan ging ik vuil prikken in de stad. Maar daar kon ik niet overweg met iemand, dus daar ben ik vertrokken. Nu ga ik naar 2Switch. Dat is een organisatie die groenvoorziening doet, ze halen huizen leeg van overleden mensen en doen allerlei klussen. Ik kan goed met mijn handen werken en ik hou van netjes en geordend, dus dat past wel bij me. Bij Domus Nijmegen krijg je eens per week kamercontrole, nou dat was bij mij altijd in orde. Nou ja, er waren periodes waarin ik echt overal schijt aan had, maar nu niet meer. Ik maak ook hier rondom het flatgebouw schoon, met zo’n knijpstok. Gewoon uit mezelf. Dat doe ik ook rondom Domus en de nachtopvang die daar vlak in de buurt zit. Daar raap ik lege bierblikken op die anderen op straat hebben gegooid. Dat is mijn manier om de maatschappij terug te betalen. Kijk, je moet eerlijk zijn. Ik heb een WAO-uitkering, ik ben helemaal afgekeurd. Daarvoor wil ik best iets terug doen. Ik neem een hoop overlast weg door die rotzooi op te ruimen. De bewonersvereniging uit de wijk waardeert dat ook. Laatst hebben ze voor honderd euro cadeaubonnen gegeven aan Domus, omdat het zo schoon is.’

Voel je je al prettig in je nieuwe woning?
‘Ja, als ik ’s avonds van mijn vrijwilligerswerk terug kom, heb ik echt het gevoel dat ik thuis kom. Ik heb het opknapwerk en de inrichting helemaal zelf gedaan, daar ben ik heel tevreden over. Ik heb twee spelcomputers, 3,5 duizend dvd’s en stapels muziek-cd’s en mijn gitaren, dus ik hoef me niet te vervelen. Hobby’s zat.’

Denk je dat je leven anders was verlopen en dat je niet verslaafd was geraakt als je een leukere jeugd had gehad?
‘Misschien. Dat weet ik niet. Misschien dat ik in een andere dimensie wel clean ben, maar nu niet. Nu hoort het bij mijn leven. Zolang ik het nog in de hand kan houden, zolang ik nog kan leven, is het goed.’

Heb je nu een balans gevonden?
‘Ja, eigenlijk wel. In het begin moest ik mijn draai vinden in mijn nieuwe woning, want dan is het ineens stil en rustig om je heen. Nu ben ik daar heel blij mee. Elke dag ga ik even langs het Leger des Heils voor de gezelligheid, ik maak de buurt schoon en ik doe vrijwilligerswerk. Ik vind Nijmegen een leuke stad. Het is een werkstad, een rode stad. Dat past bij mij. Al me al gaat het lekker en ben ik tevreden over mijn leven.’

Wat zou je nog graag willen doen?
‘Als ik van al die schulden af ben, ga ik lekker naar de Eiffel met mijn geologenhamertje, stenen verzamelen. Als je in mijn hart kijkt, zou ik heel graag een keer naar IJsland willen, naar al die vulkanen. Daar kun je prachtig mineralen vinden: calciet, zwavel, kwarts. Voor geologen is dat een paradijs.
Maar zelfs hier in Nijmegen kun je edelstenen vinden. Deze citrienkwarts bijvoorbeeld. Dat komt door gletsjer die hier een stuwwal heeft gemaakt, die heeft ook allemaal stenen uit het hoge noorden meegenomen. En je kunt hier goud vinden als je gaat zeven in de bocht van de rivier, afkomstig van de oude goudmijnen langs de Rijn. En langs de Waal vind je versteend hout, dat is ook leuk. Dus er valt nog genoeg te doen.’

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on PinterestShare on LinkedInEmail this to someone

You may also like...

Op de hoogte blijven? Like/volg ons. Hartelijk dank voor je waardering!